
Verduurzamingsinterventies geneesmiddelen
Klinische zorg
Paracetamol oraal in plaats van intraveneus toedienen
Ter behandeling van postoperatieve pijn wordt doorgaans intraveneus (IV) paracetamol toegediend. Onderzoek wijst echter uit dat orale (PO) toediening bij de meeste patiënten even effectief is en bovendien duurzamer. Een systematische review van 14 studies laat zien dat er geen overtuigend verschil is in analgetisch effect tussen IV en oraal paracetamol op verschillende tijdstippen na de operatie (1). De milieu-impact verschilt echter aanzienlijk: de CO2-uitstoot van IV toediening is tot wel 16x hoger (2). Waar een orale toediening van 1 gram paracetamol uit een blister leidt tot uitstoot van circa 38 gram CO₂-eq., kan dit bij IV-toediening oplopen tot 628 gram, afhankelijk van de verpakking en het toedieningsmateriaal (2).
Bij de meeste patiënten kan paracetamol oraal worden toegediend, zoals beschreven in de NVZA Monografie ‘Paracetamol’ (3). Met de paracetamol challenge is gedemonstreerd dat IV-toediening van paracetamol met tenminste 25% verminderd kan worden, wat tijd van personeel, kosten en milieu-impact bespaart (4). Deze resultaten onderstrepen implementatie op grotere schaal.
Interventie
Toedienen van paracetamol oraal in plaats van intraveneus, tenzij een specifieke indicatie voor intraveneuze toediening aanwezig is.
Milieu-impact
Gemeten in CO2-uitstoot door het verminderen van het aantal voorschriften intraveneuze toediening van paracetamol ten opzichte van orale toediening.
Werkwijze
1. Bepaal de populatie en formuleer een doelstelling
- Inventariseer huidig beleid op geselecteerde afdeling/voor geselecteerde patiëntengroep(en):
- Evalueer met toediendata uit het EPD bij welk aandeel patiënten paracetamol intraveneus wordt toegediend (toolkit iv/enteraal)?
- Formuleer SMART-doelstelling samen met (het green team van) betreffende afdeling(en). Bijvoorbeeld: binnen drie maanden een 25% vermindering van IV-paracetamol gebruik bij postoperatieve pijnmedicatie op de orthopedie.
2. Implementatie
- Pas protocol en vooraf gedefinieerde medicatieorders aan (indien nodig).
- Informeer de voorschrijvers en apothekers van de betrokken afdeling en zo nodig geneesmiddelcommissie over de wijziging, bijvoorbeeld door een korte toelichting tijdens overdrachten en/of teamvergaderingen. Hiervoor kan de poster gebruikt worden.
3. Monitoring en evaluatie
- Controleer implementatie met behulp van de toolkit iv/enteraal het aandeel IV ten opzichte van PO toedieningen, zie ‘Werkwijze evaluatie van een geneesmiddelinterventie’. Bespreek (tussentijdse) resultaten regelmatig, bijvoorbeeld (twee)maandelijks, tijdens overdrachten, teamvergaderingen en/of onderwijs.
- Reflecteer op resultaten ten opzichte van het gestelde doel, belemmerende en bevorderende factoren. Stel interventies bij indien nodig.
- Evalueer aan het eind van de follow-up periode of de doelstelling(en) behaald is/zijn en hoe de verandering geborgd wordt.

Hoe wordt dit gemeten?
De milieu-impact van de interventie kan worden bepaald door vermindering van IV toedieningen ten opzichte van PO toedieningen op basis van de toedienregistraties vóór en na implementatie met de toolkit iv/enteraal. Zie ‘Werkwijze evaluatie van een geneesmiddelinterventie’.
Wanneer succesvol geïmplementeerd?
Bepaal op basis van de reductie in het aandeel IV ten opzichte van PO paracetamol toedieningen, zoals beschreven in de vorige paragraaf, wanneer de implementatie als succesvol wordt beschouwd, en reflecteer hierbij op het gestelde doel.
Bronnen
- Mallama M, Valencia A, Rijs K, Rietdijk WJR, Klimek M, Calvache JA. A systematic review and trial sequential analysis of intravenous vs. oral peri-operative paracetamol. Anaesthesia 2020; 76: 270–6.
- Davies JF, McAlister S, Eckelman MJ, McGain F, Seglenieks R, Gutman EN, Groome J, Palipane N, Latoff K, Nielsen D, Sherman JD; TRA2SH, GASP and WAAREN collaborators. Environmental and financial impacts of perioperative paracetamol use: a multicentre international life-cycle assessment. Br J Anaesth. 2024 Dec;133(6):1439-1448.
- NVZA Commissie Duurzaamheid / Werkgroep Medicijnverspilling. Monografie Paracetamol. Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers; 2025. Beschikbaar via: https://nvza.nl/wp-content/uploads/Geneesmiddelmonografie-Paracetamol.pdf
- Hunfeld N, Tibboel D, Gommers D. The paracetamol challenge in intensive care: going green with paracetamol. Intensive Care Med. 2024 Oct 28;50(12):2182–2184.
Bijlagen
- Video van infuus naar tablet: de paracetamol challenge is een echte win-win-win
- Hunfeld N, Tibboel D, Gommers D. The paracetamol challenge in intensive care: going green with paracetamol. Intensive Care Med. 2024 Oct 28;50(12):2182–2184.
Bekijk onze andere interventies
Klinische zorg
Delen van de indicatie en beoogde behandelduur van meervoudige antistollingstherapieën met de eerste lijn
Het voorschrijven van meervoudige antistollingstherapie (bijvoorbeeld dubbele of drievoudige therapie met anticoagulantia en trombocytenaggregatieremmers) is complex en gaat gepaard met een verhoogd bloedingsrisico. Patiënten gebruiken deze combinaties vaak tijdelijk, bijvoorbeeld na een acuut coronair syndroom, percutane coronaire interventie of bij gelijktijdig atriumfibrilleren en stentimplantatie (1). Europese en Nederlandse richtlijnen benadrukken daarom dat dubbele of drievoudige therapie nooit levenslang geïndiceerd is, maar altijd een beperkte behandelduur kent, afhankelijk van de klinische situatie en de individuele balans tussen het risico op een bloeding of juist een ischemisch event (1).
In de praktijk blijkt echter dat deze middelen regelmatig te lang worden gebruikt of zonder actuele indicatie worden voortgezet, wat het risico op ernstige, vermijdbare bloedingen aanzienlijk verhoogt. Zo liet onderzoek in Nederlandse apotheken zien dat 14–23% van de patiënten die dubbele antistolling gebruikten, hiervoor geen geldige indicatie meer had (2). Tijdens ziekenhuisopname bleek dat meer dan 40% van de patiënten met meervoudige antistollingstherapieën deze combinaties onterecht gebruikten (3). Dit geeft risico op bloedingscomplicaties, en daarmee onnodige ziekenhuisopnames (4), maar draagt ook bij aan onnodige kosten en milieu-impact.
Om dit te voorkomen is heldere communicatie bij ontslag en overdracht cruciaal. Het expliciet delen van de indicatie en de beoogde behandelduur met de eerste lijn (huisarts en apotheker) stelt vervolgzorgverleners in staat de behandeling verantwoord voort te zetten of tijdig te stoppen. Dit draagt bij aan medicatieveiligheid, vermindert het risico op complicaties en voorkomt onnodig geneesmiddelgebruik.
Klinische zorg
Behandelen met orale antibiotica bij goede biologische beschikbaarheid
Op basis van een recent opinieartikel in het NTvG door Kaal et al. is deze interventie geselecteerd. Dit artikel adviseert dat er meer ruimte is voor het oraal initiëren van antibiotica, maar beschrijft geen klinisch-geteste interventies. Deze interventie wordt daarom nog verder uitgewerkt op basis van beschikbare wetenschappelijke literatuur en volgt op een later moment.
Klinische- en poliklinische zorg
Restrictief opioïden voorschrijven met indicatie en beoogde behandelduur
De meest gebruikte, sterkwerkende opioïden zijn morfine, fentanyl, oxycodon en buprenorfine (1). In 2024 ontvingen ruim 1,1 miljoen mensen een opioïd via de openbare apotheek (2). Hoewel het totale aantal verstrekkingen iets daalde ten opzichte van 2023, nam het aantal voorschriften vanuit het ziekenhuis juist licht toe (3). Bij een eerste uitgifte van een sterkwerkend opioïd werd in 2024 gemiddeld 9 dagen aan medicatie meegegeven (3), terwijl bij acute pijn door trauma of operatie vaak maar voor 48 uur sterkwerkende pijnstilling met opioïden nodig is (4). Te lang voorschrijven van opioïden vergroot het risico op afhankelijkheid en leidt ook tot onnodige milieu-impact.
Onderzoek laat zien dat de hoeveelheid opioïden die patiënten bij ontslag meekrijgen, hun daadwerkelijke gebruik beïnvloedt (5). Naarmate herstel vordert, neemt de behoefte aan opioïden snel af; voor de meeste patiënten is vier dagen voldoende. Dit sluit aan bij internationale aanbevelingen die een duur van 3 - 7 dagen adviseren (6-8). Ook de richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) adviseert gepast gebruik van opioïden door restrictief voorschrijven (maximaal 7 dagen) afgestemd op de ervaren pijn (9).
Een ander knelpunt is dat de beoogde behandelduur en indicatie van opioïden bij ontslag of poliklinische uitgifte niet altijd expliciet worden vermeld of gedeeld met patiënt en zorgverleners in de eerste lijn. Hierdoor ontbreekt voor huisartsen en apothekers vaak cruciale informatie om de behandeling verantwoord voort te zetten of tijdig af te bouwen. Dit vergroot het risico op onnodig lang gebruik, en daarmee onnodige milieu-impact en risico op afhankelijkheid.
Klinische- en poliklinische zorg
Gericht voorschrijven van protonpompremmers (als maagbescherming)
Protonpompremmers (PPIs) zijn maagzuurremmers die frequent gebruikt worden. Pantoprazol (1,3 miljoen gebruikers) en (es)omeprazol (1,2 miljoen gebruikers) stonden in de top 3 meest gebruikte geneesmiddelen in 2023 (1). Toch blijkt dat een groot deel van deze geneesmiddelgebruikers geen indicatie voor PPI-gebruik (meer) heeft (2). Bij kortdurend gebruik bleek meer dan de helft van de patiënten geen indicatie te hebben (3). Een deel hiervan wordt veroorzaakt door het starten met PPIs als maagbescherming zonder indicatie.
De NHG-richtlijn ‘Preventie van maagcomplicaties door geneesmiddelgebruik’ en kennisdocument protonpompremmers geven aan dat een PPI als maagbescherming geïndiceerd is op basis van risicofactoren, zoals leeftijd, ulcus of maagcomplicaties in de voorgeschiedenis, dosering van de NSAID, co-medicatie met een verhoogd risico op maagcomplicaties en comorbiditeiten, zoals reumatoïde artritis, hartfalen of diabetes (4 - 6). Door PPIs gericht op basis van risicofactoren voor maagbescherming voor te schrijven kan onnodig PPI-gebruik worden teruggedrongen, waarmee milieu-impact kan worden voorkomen.