Stappenplan

Een gids om verduurzamingsinterventies te (de)implementeren. Op deze pagina vind je extra informatie over het implementeren en meten van verduurzamingsinterventies voor geneesmiddelen. De uitgebreide gids met stappenplan download je hier.

Implementatieplan

Per ziekenhuis wordt een implementatieteam samengesteld met ten minste een arts en een apotheker. Deze fungeren als kartrekkers van de interventie en zijn verantwoordelijk voor het formuleren van doelstellingen, lokale implementatie en evaluatie van de interventie. 

Samenstelling implementatieteam (afhankelijk van de interventie):

  • Voorschrijver(s) van de betrokken afdeling. Betrek waar relevant ook inhoudsdeskundigen van een andere afdeling, zoals een MDL-arts (bij interventies rond protonpompremmers) of een anesthesioloog (bij interventies rond pijnmedicatie).
  • Ziekenhuisapotheker, A(N)IOS ziekenhuisfarmacie en/of poliklinisch apotheker.
  • Voor verdere ondersteuning (indien nodig) kan gedacht worden aan: coördinator medicatieveiligheid, kwaliteitsfunctionaris, green team, verpleegkundig consulent, lid geneesmiddel commissie etc.

Taak- en rolverdeling

De voorzitter is verantwoordelijk voor de evaluatie (inclusief rapportage) aan het eind van de interventie en het indienen hiervan bij Samen de zorg vergroenen.

Implementatie

Om de (de-)implementatie van verduurzamingsinterventies uit te voeren wordt in dit programma gebruikgemaakt van het ‘stappenplan implementatie verduurzamingsinterventies’. In het kort bestaat dit stappenplan uit de volgende zes stappen:  

  • Stap 1. Voorbereiding - Maak het doel concreet
  • Stap 2. Situatie - Onderzoek de setting
  • Stap 3. Plan – Bepaal de strategie(ën) en stel een implementatieplan op
  • Stap 4. Uitvoering – Voer het plan uit
  • Stap 5. Evaluatie – Evalueer de effecten en het proces
  • Stap 6. Borging – Zorg voor inbedding in de organisatie

Evaluatie van verduurzamingsinterventies voor geneesmiddelen

Het evalueren van een geneesmiddelinterventie is een essentieel onderdeel van het implementatieproces. Elke interventie vraagt om een eigen meetmethode om zichtbaar te maken in welke mate de interventie heeft bijgedragen aan het verminderen van geneesmiddelgebruik en het optimaliseren van het gebruik van duurzame toedieningsvormen (Tabel 1). Met behulp van de milieu-impactrekentools worden veranderingen in voorschrijf- en toedieningsgegevens vervolgens omgerekend naar een geschatte CO₂-reductie. Zo wordt zichtbaar in welke mate de interventie heeft bijgedragen aan het verlagen van de milieu-impact van het ziekenhuis. De resultaten worden via de duurzaamheidscoördinator vanuit jouw ziekenhuis en de regionale implementatiebegeleider vanuit het programma gedeeld met Samen de zorg vergroenen.

Kies de juiste databron op basis van de interventie. 

De gekozen databron moet zowel het aantal stuks als de sterkte en dosering bevatten voor een gedefinieerde periode, bijvoorbeeld 3 maanden, van de betreffende afdeling. In Tabel 1 staat een overzicht van geschikte databronnen per interventie. Over het algemeen geldt:

  • Klinische interventies: toedieningen uit het EPD opvragen via de ziekenhuisapotheek;
  • Poliklinische interventies: voorschriften uit het EPD opvragen via de ziekenhuisapotheek, tenzij anders is aangegeven bij de beschreven interventie. 

Voormeting: analyseer geneesmiddel(en) voorschriften/toedieningen vóór implementatie van de interventie. 

  • Bereken voor de betreffende afdeling het aantal patiënten met voorschriften of toedieningen van het betreffende geneesmiddel, en de totale (cumulatieve) dosering (in gram) over de gedefinieerde periode (bijvoorbeeld drie maanden).

Tabel 1: Overzicht verduurzamingsinterventies voor geneesmiddelen en meetmethoden (de milieu-impact toolkits komen spoedig beschikbaar)

Interventies Poliklinisch Klinisch Milieu-impact
Paracetamol oraal in plaats van intraveneus toedienen X Verschil in aantal en percentage intraveneuze ten opzichte van orale toedieningen tool
Anti-emetica oraal en rectaal in plaats van intraveneus toedienen X Verschil in aantal en percentage intraveneuze ten opzichte van orale en rectale toedieningen tool
Gericht voorschrijven van protonpompremmers (als maagbescherming) Verschil in aantal poliklinische startvoorschriften Verschil in aantal toedieningen tool
Staken van protonpompremmers zonder actuele indicatie Verschil in aantal en dosering van poliklinische voorschriften en/of aantal gestopte patiënten op basis van vragenlijsten* Verschil in aantal en dosering van toedieningen tool
Klimaatbewust voorschrijven van inhalatiemedicatie Verschil in aantal poliklinische voorschriften van klimaatbewuste inhalatiemedicatie** ten opzichte van traditionele dosis-aerosolen X tool
Restrictief opioïden voorschrijven met indicatie en beoogde behandelduur Verschil in aantal en dosering op poliklinische voorschriften Verschil in aantal en dosering op ontslagrecepten tool
Delen van de indicatie en beoogde behandelduur van meervoudige antistollings-therapieën met de eerste lijn X Percentage ontslagrecepten waarin indicatie en beoogde behandelduur zijn opgenomen X
Behandelen met orale antibiotica bij een goede biologische beschikbaarheid, indien geen aanwijzingen zijn voor malabsorptie X Verschil in aantal en percentage intraveneuze ten opzichte van orale toedieningen X

Nameting: analyseer geneesmiddel(en) voorschriften/toedieningen na implementatie van de interventie.

  • Hanteer de vooraf opgestelde SMART-doelstelling om de verwachte uitkomst en tijdlijn te bepalen (zie: ‘stappenplan implementatie duurzaamheidsinterventies’).  
  • Kies een vaste periode na implementatie, bij voorkeur drie maanden, waarin het effect wordt gemeten.
    • Gebruik bij voorkeur dezelfde periode als bij de voormeting.
    • Indien omstandigheden afwijken (bijvoorbeeld een verschil in aantal opgenomen patiënten), kies een alternatieve periode die representatief is.
  • Bereken opnieuw het aantal patiënten met voorschriften of toedieningen van het betreffende geneesmiddel, en de totale (cumulatieve) dosering (in gram) over de gedefinieerde periode (zie voorbeeld 1).
  • Bereken het verschil in cumulatieve dosering ten opzichte van de voormeting. 

Vul de milieu-impactrekentool in. 

  • Vul de milieu-impactrekentools in met het verschil tussen de cumulatieve doseringen van de voor- en nameting. 
  • De milieu-impact wordt berekend als het verschil in geneesmiddelgebruik omgerekend naar CO₂-uitstoot, geëxtrapoleerd naar een periode van één jaar, zoals geïllustreerd in voorbeeld 2.  

Voorbeeld 1: Protonpompremmers gericht voorschrijven 

Tijdens de voormeting (april tot en met juni 2024) werden in totaal 270 nieuwe poliklinische voorschriften voor protonpompremmers geregistreerd. In de nameting (april tot en met juni 2025) daalde dit naar 170 nieuwe voorschriften 

  • Esomeprazol: van 90 naar 55 starts (–39%) met een cumulatieve dosis van 54 g naar 33 g.
  • Omeprazol: van 120 naar 80 starts (–33%) met een cumulatieve dosis van 72 g naar 48 g.
  • Pantoprazol: van 60 naar 35 starts (–42%) met een cumulatieve dosis van 36 g naar 21 g.

Gemiddeld komt dit neer op een reductie van 100 nieuwe voorschriften. Wanneer deze trend wordt doorgetrokken over een jaar, betekent dit dat er ongeveer 400 voorschriften minder worden gestart en 240 gram minder werkzame stof worden voorgeschreven. Met behulp van de milieu-impactrekentool kan vervolgens de milieu-impact van deze afname worden berekend. 

Voorbeeld 2: Paracetamol oraal in plaats van intraveneus

In de Tabel staan de toediengegevens van de chirurgische afdeling van een ziekenhuis samengevat. Tijdens de voormeting (april tot en met juni 2024) kregen 150 patiënten in totaal 900 giften van 1 gram (=900 g paracetamol), waarvan 600 gram intraveneus toegediend. Totaal leidde dit tot 197 kg CO₂-uitstoot. Na implementatie (april tot en met juni 2025) kregen 170 patiënten 1,000 g paracetamol, overeenkomend met 92 kg CO₂. 

Toedieningsvorm Aantal toedieningen Cumulatieve dosis (g) CO₂-factor obv tool (g CO₂/g) Totale uitstoot obv tool (kg CO₂-eq.)
Voormeting Intraveneus 600 600 310 186
Oraal 300 300 38 11,4
Totaal 900 900 197,4
Nameting Intraveneus 200 200 310 62
Oraal 800 800 38 30,4
Totaal 1.000 1.000 92,4

Het aandeel intraveneuze toedieningen daalde van 67% naar 20%. Voor gemiddeld 160 patiënten komt dit overeen met een CO2-reductie van circa 105 kg per drie maanden, oftewel ongeveer 420 kg per jaar. Dit is ongeveer vergelijkbaar aan het effect van circa 4.000 autokilometers. 

Borging van informatieoverdracht tussen ziekenhuis en eerste lijn

Duidelijke overdracht van informatie rondom (het stoppen van) geneesmiddelgebruik is essentieel om onnodig geneesmiddelgebruik te voorkomen. Bij verschillende verduurzamingsinterventies rondom geneesmiddelen speelt informatieoverdracht naar de eerste lijn, specifiek met huisartsen en openbaar apothekers, daarom een belangrijke rol. 

Voor sommige interventies, zoals het restrictief voorschrijven van opioïden met indicatie en beoogde behandelduur en het delen van indicatie en beoogde behandelduur van meervoudige antistolling, vormt goede communicatie zélf de interventie. Het delen van de indicatie en beoogde behandelduur voorkomt namelijk dat geneesmiddelen onnodig lang worden gebruikt.

Bij andere interventies, zoals het staken van onnodig gebruikte protonpompremmers, is de interventie gericht op deprescribing in het ziekenhuis en is effectieve informatieoverdracht nodig om dit effect vast te houden en door te zetten in de eerste lijn.

Communicatieroutes

Afhankelijk van de lokale situatie en beschikbare systemen kan informatieoverdracht plaatsvinden via bijvoorbeeld de medische ontslagbrief, een opmerking op het recept, het Acuteel Medicatie Overzicht (AMO) of de farmaceutische ontslagbrief. Stem per interventie de juiste communicatieroute af, die past bij de werkwijze van je ziekenhuis. 

Inhoud

Vermeld in de communicatie naar zorgverleners uit de eerste lijn in ieder geval de volgende wijzigingen in het geneesmiddelgebruik, bij voorkeur met de onderstaande aanvullende informatie:

  • Nieuw gestarte geneesmiddelen: inclusief indicatie en beoogde behandelduur
  • Gewijzigde geneesmiddelen: inclusief reden van wijziging, indicatie en beoogde behandelduur
  • Gestopte geneesmiddelen: inclusief reden van stoppen en, indien relevant, advies over eventueel herstart of vervolgbeleid.

Voetnoten

1 Dit kunnen arts(-assistenten), medisch specialisten, verpleegkundig specialisten en/of physician assistants zijn.