
Verduurzamingsinterventies geneesmiddelen
Klinische zorg
Behandelen met orale antibiotica bij goede biologische beschikbaarheid
Het tijdig omzetten van intraveneuze (IV) naar orale antibiotica is een belangrijke interventie binnen passende en duurzame zorg. Binnen het landelijke antimicrobial stewardship programma, zoals uitgewerkt door de SWAB, wordt aanbevolen om de toedieningsroute van antibiotica dagelijks te herevalueren en zo snel mogelijk over te stappen op orale therapie zodra de patiënt klinisch stabiel is en orale inname mogelijk is (1). Overstappen op orale therapie draagt bij aan het verkorten van de opnameduur, vermindert complicaties door IV toediening, zoals lijninfecties en flebitis, vermindert tijd voor het klaarmaken en toedienen van infusen en vermindert materiaalgebruik (2).
Het Zorginstituut Nederland benoemt in het verbetersignalement Onderste luchtweginfecties expliciet dat waar mogelijk moet worden overgestapt naar orale antibiotica bij community-acquired pneumonie (CAP) (3). Deze aanbeveling is vertaald naar een streefpercentage van 80% IV-orale switch, zoals opgenomen in de implementatieagenda van Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (4). De Antimicrobial Stewardship Monitor (AMSM), die voorschrijfgedrag terugkoppelt aan lokale A-teams, laat zien dat dit streefpercentage in de praktijk nog vaak niet wordt gehaald (5).
Naast CAP is er toenemend bewijs voor IV-oraal switch bij andere indicaties. Een systematische review laat zien dat bij klinisch stabiele patiënten met osteomyelitis, bacteriemie en endocarditis een vroege switch naar orale antibiotica leidt tot een klinisch gelijkwaardige, maar veiligere behandeling met onder andere een kortere opnameduur (6). Bij bot- en gewrichtsinfecties is aangetoond dat orale therapie gedurende de eerste zes weken van behandeling non-inferieur is aan intraveneuze therapie (7). Ook blijkt dat bij patiënten met cellulitis een switch naar orale behandeling, zodra de uitbreiding van de infectie tot stilstand is gekomen, leidt tot een non-inferieure behandeling (8).
Het tijdig switchen naar orale behandeling biedt naast klinische voordelen ook duurzaamheidswinst. Voor penicillinegebruik bij pneumonie is op basis van de uitgangssituatie in Denemarken bijvoorbeeld aangetoond dat tijdig oraal uitbehandelen leidt tot een reductie in klimaatimpact van circa 56%, oplopend tot 94% bij volledig orale behandeling (9). Voor ciprofloxacine heeft een recente studie laten zien dat één orale dosering een klimaatimpact van 12.6 gram CO2-equivalent heeft, terwijl een IV-dosis correspondeert met een klimaatimpact van bijna 900 gram CO2-equivalent (10).
Interventie
Het zo snel mogelijk overgaan op orale behandeling met antibiotica wanneer de patiënt klinisch stabiel is en orale inname mogelijk is.
Milieu-impact
Gemeten in CO2-uitstoot door het verminderen van het aantal IV antibiotica toedieningen.
Werkwijze
1. Bepaal de populatie en formuleer een doelstelling
- Identificeer patiënten waarbij IV-oraal switchmogelijk is, dus klinisch stabiele patiënten bij wie orale inname mogelijk is, bijvoorbeeld patiënten met CAP, bot- en gewrichtsinfecties, bacteriemie, endocarditis of cellulitis.
- Inventariseer het huidige beleid voor de geselecteerde patiëntengroep(en).
- Evalueer met de AMSM of met toediendata uit het EPD en de milieu-impactrekentool welk aandeel patiënten oraal wordt uitbehandeld en de tijd tot orale uitbehandeling.
Let op: de AMSM geeft dit weer voor CAP of voor het totale aantal patiënten. Indien gericht naar een andere indicatie wordt gekeken of een ziekenhuis niet deelneemt aan de AMSM kan de interventie geëvalueerd worden met toedien- en DBC-data uit het EPD.
- Formuleer een SMART-doelstelling samen met het A-team en (het green team van) betreffende afdeling(en). Bijvoorbeeld: bij ≥80% van de patiënten met matige/ernstige CAP wordt binnen 72 uur geswitcht naar orale antibiotica.
2. Implementatie
- Definieer en implementeer eenduidige switchcriteria in het lokale antibioticabeleid, bijvoorbeeld ≥24 uur koortsvrij, orale inname mogelijk, dalende infectieparameters en een werkzaam oraal alternatief. Leg vast dat herbeoordeling standaard plaatsvindt op dag 2 en/of 3 van intraveneuze therapie en veranker dit in protocollen en order sets.
- Borg de herbeoordeling in het zorgproces door:
- automatische stop- of herbeoordelingsmomenten in het EPD (bijv. “review IV antibiotica na 48 uur”).
- opname van IV-oraal switch als vast onderdeel van visite.
- duidelijke taakverdeling (bijv. arts verantwoordelijk voor besluit, apotheker/signaleringssysteem voor reminder).
- Faciliteer implementatie via het A-team:
- scholing van artsen en verpleegkundigen over indicaties en veiligheid van switch.
- ontwikkelen van praktische hulpmiddelen (beslisboom, checklist).
- maak IV-oraal switch een expliciet onderdeel van lokale verbeterprogramma’s.
3. Monitoring en evaluatie
- Controleer implementatie met behulp van de milieu-impactrekentool door het aandeel IV ten opzichte van orale toedieningen, zie ‘‘Werkwijze evaluatie van een geneesmiddelinterventie’.
- Bespreek (tussentijdse) resultaten regelmatig, bijvoorbeeld (twee)maandelijks. Analyseer eventuele variatie tussen afdelingen. Geef daarbij ook terugkoppeling naar het A-team en/of de betrokken afdeling(en), zoals tijdens overdrachten, teamvergaderingen en/of onderwijs.
- Reflecteer op resultaten ten opzichte van het gestelde doel, belemmerende en bevorderende factoren. Stel interventies bij indien nodig.
- Evalueer aan het eind van de follow-up periode (bijvoorbeeld 6 maanden) of de doelstelling(en) behaald is/zijn en hoe de verandering geborgd wordt.

Hoe wordt dit gemeten?
De milieu-impact van de interventie kan worden bepaald door afname van IV toedieningen gecorrigeerd voor verschillen in patiënt aantallen in de voor- en nameting, zie ‘Werkwijze evaluatie van een geneesmiddelinterventie’.
Note: bij deze interventie dient te worden gecorrigeerd voor patient aantallen wegens sterke seizoensfluctuaties.
Wanneer succesvol geïmplementeerd?
Bepaal op basis van de reductie in het aandeel IV ten opzichte van orale toedieningen van antibiotica, zoals beschreven in de vorige paragraaf, wanneer de implementatie als succesvol wordt beschouwd, en reflecteer hierbij op het gestelde doel.
Bronnen
(1) SWAB. Antibioticaboekje: criteria IV/orale switch. Beschikbaar via: https://adult.nl.antibiotica.app/node/9404. Geraadpleegd op 4 mei 2026.
Gebaseerd op: Akhloufi H, Hulscher M, Melles DC, Prins JM, van der Sijs H, Verbon A. Development of operationalized intravenous to oral antibiotic switch criteria. J Antimicrob Chemother. 2017;72:543–546.
(2) Johnstone Y, Proud E, Sharp E. Time to care: a comparative evaluation of IV versus oral antibiotic administration. JAC Antimicrob Resist. 2025;7(Suppl 4):dlaf230.098.
(3) Zorginstituut Nederland. Zinnige Zorg – Verbetersignalement Onderste luchtweginfecties. 2021. Beschikbaar via: https://www.zorginstituutnederland.nl/documenten/2021/12/06/zinnige-zorg-verbetersignalement-onderste-luchtweginfecties.
(4) Zorgevaluatie en Gepast Gebruik. Community-acquired pneumonie: voorschrijving antibiotica (ZZ-LWI-001). Beschikbaar via: https://zorgevaluatiegepastgebruik.nl/implementatieagenda/zz-lwi-001/community-acquired-pneumonia-voorschrijving-antibiotica.
(5) SWAB. Antimicrobial Stewardshipmonitor. Beschikbaar via: https://swab.nl/nl/antimicrobial-stewardshipmonitor. Geraadpleegd op 4 mei 2026.
(6) Wald-Dickler N, Holtom P, Phillips M, et al. Oral is the new IV: challenging decades of blood and bone infection dogma. Am J Med. 2021;135:369–379.e1.
(7) Li HK, Rombach I, Zambellas R, et al. Oral versus intravenous antibiotics for bone and joint infection. N Engl J Med. 2019;380:425–436.
(8) Aboltins CA, Hutchinson AF, Sinnappu RN, et al. Oral versus parenteral antimicrobials for the treatment of cellulitis: a randomized non-inferiority trial. J Antimicrob Chemother. 2015;70:581–586.
(9) Olsen RWF, Johansen KB, Ayivee F, Gislason S, Arnspang Pedersen S, Cimpan C. The greener prescription: life cycle environmental impact of oral and IV penicillin treatments. Sustain Chem Pharm. 2026;50:102346.
(10 De Jaegher N, De Greef J, Briquet C, et al. Environmental benefits of switching from intravenous to oral administration of ciprofloxacin Open Access. Journal of Antimicrobial Chemotherapy. 2026;81(6).
Bijlagen
- https://farmacopedia.nl/artikelen/intraveneus-orale-switch-antibiotica/
- Op www.oralia.nl kan opgezocht worden welke medicatie/antibiotica via de sonde toegediend kunnen worden.
Bekijk onze andere interventies
Klinische zorg
Delen van de indicatie en beoogde behandelduur van meervoudige antistollingstherapieën met de eerste lijn
Het voorschrijven van meervoudige antistollingstherapie (bijvoorbeeld dubbele of drievoudige therapie met anticoagulantia en trombocytenaggregatieremmers) is complex en gaat gepaard met een verhoogd bloedingsrisico. Patiënten gebruiken deze combinaties vaak tijdelijk, bijvoorbeeld na een acuut coronair syndroom, percutane coronaire interventie of bij gelijktijdig atriumfibrilleren en stentimplantatie (1). Europese en Nederlandse richtlijnen benadrukken daarom dat dubbele of drievoudige therapie nooit levenslang geïndiceerd is, maar altijd een beperkte behandelduur kent, afhankelijk van de klinische situatie en de individuele balans tussen het risico op een bloeding of juist een ischemisch event (1).
In de praktijk blijkt echter dat deze middelen regelmatig te lang worden gebruikt of zonder actuele indicatie worden voortgezet, wat het risico op ernstige, vermijdbare bloedingen aanzienlijk verhoogt. Zo liet onderzoek in Nederlandse apotheken zien dat 14–23% van de patiënten die dubbele antistolling gebruikten, hiervoor geen geldige indicatie meer had (2). Tijdens ziekenhuisopname bleek dat meer dan 40% van de patiënten met meervoudige antistollingstherapieën deze combinaties onterecht gebruikten (3). Dit geeft risico op bloedingscomplicaties, en daarmee onnodige ziekenhuisopnames (4), maar draagt ook bij aan onnodige kosten en milieu-impact.
Om dit te voorkomen is heldere communicatie bij ontslag en overdracht cruciaal. Het expliciet delen van de indicatie en de beoogde behandelduur met de eerste lijn (huisarts en apotheker) stelt vervolgzorgverleners in staat de behandeling verantwoord voort te zetten of tijdig te stoppen. Dit draagt bij aan medicatieveiligheid, vermindert het risico op complicaties en voorkomt onnodig geneesmiddelgebruik.
Klinische zorg
Anti-emetica oraal en/of rectaal in plaats van intraveneus toedienen
Anti-emetica, zoals 5HT3-antagonisten (bijv. ondansetron en granisetron) en dopamine-antagonisten (bijv. metoclopramide), worden in de klinische zorg veel gebruikt ter preventie en behandeling van misselijkheid en braken, bijvoorbeeld postoperatief of bij chemotherapie. Onderzoek laat zien dat enteraal (e.g., oraal of rectaal) toegediende anti-emetica bij een gelijkwaardige dosering doorgaans een vergelijkbare effectiviteit en veiligheid hebben als intraveneus (IV) toegediende (1-2).
De enterale route draagt bij aan meer comfort en autonomie voor de patiënt. Daarnaast is het gebruik van orale/rectale medicatie kosten efficiënter en duurzamer, omdat er minder (wegwerp)materialen nodig zijn dan bij IV toediening (3). In situaties waarin orale toediening niet haalbaar is, zoals bij ernstige misselijkheid of braken, kan soms nog gekozen worden voor rectale toediening. Alleen als dat ook niet kan, komt IV toediening in aanmerking. Dit staat verder uitgewerkt in de NVZA geneesmiddelenmonografieën (4-6).
Klinische- en poliklinische zorg
Staken van protonpompremmers zonder actuele indicatie
Protonpompremmers (PPI’s) zijn maagzuurremmers die frequent gebruikt worden. Pantoprazol (1,3 miljoen gebruikers) en (es)omeprazol (1,2 miljoen gebruikers) stonden in de top 3 meest gebruikte geneesmiddelen in 2023 (1). Toch blijkt dat een groot deel van deze geneesmiddelgebruikers geen indicatie voor PPI-gebruik heeft (2). Bij kortdurend gebruik bleek meer dan de helft van de patiënten geen indicatie te hebben (3), bij chronisch gebruik is dit zelfs 87% (4). Overbehandeling met PPI’s geeft risico op bijwerkingen, zoals een verhoogd risico op botbreuken en tekort aan vitamine B12, maar leidt ook tot onnodige kosten en milieu-impact (2).
De NHG-richtlijn ‘Maagklachten’ en de NVMDL-richtlijn ‘Gastro-oesofageale refluxziekte’ geven aanbevelingen om overbehandeling met PPI’s tegen te gaan (5,6). Deze richtlijnen adviseren bij patiënten met maagklachten of aandoeningen met een tijdelijke indicatie voor PPI’s, een PPI binnen drie maanden weer af te bouwen. Alleen patiënten met refluxoesofagitis graad C en D4, Barrett-oesofagus en het syndroom van Zollinger-Ellison moeten levenslang een PPI gebruiken (5 - 7). Een PPI als maagbescherming moet gestopt worden als een patiënt stopt met de medicatie waarvoor deze is voorgeschreven (8).
Het Kennisdocument Protonpompremmers geeft uitleg bij de overweging voor het verminderen of stoppen van protonpompremmers bij chronisch gebruik van PPI’s (7). Afbouwen blijkt succesvol bij circa 40 - 70% van de patiënten, afhankelijk van de interventie die wordt gekozen (9). Op deze manier kunnen eventuele lange termijn bijwerkingen van PPI’s voorkomen worden en kunnen kosten en milieu-impact worden bespaard (5 - 7).
Klinische zorg
Paracetamol oraal in plaats van intraveneus toedienen
Ter behandeling van postoperatieve pijn wordt doorgaans intraveneus (IV) paracetamol toegediend. Onderzoek wijst echter uit dat orale (PO) toediening bij de meeste patiënten even effectief is en bovendien duurzamer. Een systematische review van 14 studies laat zien dat er geen overtuigend verschil is in analgetisch effect tussen IV en oraal paracetamol op verschillende tijdstippen na de operatie (1). De milieu-impact verschilt echter aanzienlijk: de CO2-uitstoot van IV toediening is tot wel 16x hoger (2). Waar een orale toediening van 1 gram paracetamol uit een blister leidt tot uitstoot van circa 38 gram CO₂-eq., kan dit bij IV-toediening oplopen tot 628 gram, afhankelijk van de verpakking en het toedieningsmateriaal (2).
Bij de meeste patiënten kan paracetamol oraal worden toegediend, zoals beschreven in de NVZA Monografie ‘Paracetamol’ (3). Met de paracetamol challenge is gedemonstreerd dat IV-toediening van paracetamol met tenminste 25% verminderd kan worden, wat tijd van personeel, kosten en milieu-impact bespaart (4). Deze resultaten onderstrepen implementatie op grotere schaal.